**1..** Het is verboden ter plaatse van een archeologisch waardevol terrein graafwerk te verrichten op een diepte van meer dan 0,25 m onder het maaiveld.
**2..** Het bevoegd gezag kan vergunning verlenen voor graafwerk onder de 0,5 m, in overeenstemming met de artikelen 9 t/m 13 van deze verordening, indien het toezicht en de bescherming van het archeologisch waardevolle terrein is geregeld door:
de mogelijkheid van toegang van door het college van burgemeester en wethoudersbevoegd aan te wijzen personen op het terrein; en
de mogelijkheid van de onder a genoemde personen om - in overleg en in samenspraak met het college van burgemeester en wethouders - archeologische onderzoekswerkzaamheden te (doen) verrichten.
**3..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
**4..** De Monumentencommissie treedt op als adviserende instantie.