Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externen ook raadsleden en commissieleden deel uitmaken van de rekenkamercommissie. De raad bepaalt de termijn dat leden van de rekenkamercommissie benoemd worden. Gekozen is om aan te sluiten bij de raadsperiode.
Artikel 5
Dit artikel bevat de omschrijving van de taak van de voorzitter van de rekenkamercommissie.
Artikel 6
Raadsleden hebben reeds deze eed of verklaring en belofte afgelegd. Deze verplichting voor de overige commissieleden vloeit voort uit artikel 81g van de Gemeentewet.
Artikel 7
Dit artikel handelt over het ontslag van de leden.
Artikel 8
In dit artikel is de vergoeding vastgelegd die de leden, niet zijnde raadsleden, voor hun werkzaamheden ontvangen. Gekozen is om de verordening ex artikel 96 Gemeentewet niet van toepassing te verklaren om zo de mogelijkheid te openen een toegesneden vergoedingenregeling te treffen, waarbij rekening kan worden gehouden met een vergoeding voor onderzoekswerkzaamheden die leden zelf verrichten.
De vergoeding van de voorzitter is apart geregeld in de Uitvoeringsregeling voorzitterschap rekenkamercommissie d.d. 18 maart 2003.
Artikel 9
De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Deze wordt door de raad aangewezen. De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.
Artikel 10
De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid van, uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan de goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goed gronden aanvoeren.
Artikel 11
Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren.
Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden er uit te halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.
Artikel 12
De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de WOB kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. Zolang er nog geen definitief rapport naar buiten gebracht is, zijn alle bevindingen vertrouwelijk, gezien het vaak delicate karakter van de onderzoeken en de nadelige gevolgen van tussentijdse en voorbarige verspreiding van nog niet afgeronde en door middel van wederhoor eventueel gecorrigeerde onderzoeksgegevens.
Artikel 13
De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.
Artikel 14 en 15
Deze artikelen behoeven geen toelichting.