Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de
gemeenteraad doen over een onderwerp, als bedoeld in artikel 2
lid 2, zenden zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een
toelichting daarop en de inventarisatie, als bedoeld in artikel
7 toe aan alle schoolbesturen.
De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen.
Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum
van het overleg liggen ten minste vier weken.
De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor
de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders
stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.