Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, of het niet
voldoen aan de bepalingen in de artikelen 5 en 6, eerste en
tweede lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste
categorie.
De opsporing van de in het eerste lid strafbaar gestelde
feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van
Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan
hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de
naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover
het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.