De commissie bestaat uit:
een lid van het college van burgemeester en
wethouders;
2 leden van de gemeenteraad;
4 deskundigen met een aardrijkskundige of
geschiedkundige achtergrond.
De gemeenteraad wijst plaatsvervangende leden aan.
De leden en plaatsvervangende leden worden door de gemeenteraad
benoemd.
De zittingsduur van de leden is gelijk aan de zittingsperiode
van de gemeenteraad.
Het lid dat de hoedanigheid op grond waarvan hij lid van de
commissie is verliest, treedt op dat moment af als
commissielid.
De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan
schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie, die
maatregelen treft om in de vacature te voorzien.