Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening 2010 gemeente Zundert

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. houtopstand: een of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; knotten/vormbomen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen teakhout bij knotbomen. vormbomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kommen van de kernen Achtmaal, Klein Zundert, Rijsbergen, Wernhout en Zundert, van de gemeente Zundert, vastgesteld ingevolge artikel 1 lid 5 van de Boswet; boomwaarde: het bedrag dat wordt gevonden door het produkt van de volgende factoren, in de volgende hierachie: 1-vervangingswaarde, 2-marktwaarde, 3-methode Raad volgens de richtlijnen van de N.V.B.T.B. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1., eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Wabo: Wet algemene bepaling omgevingsrecht 2.. In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Rechtspraak bij dit artikel