Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van vergunning, oftewel tot het moment dat:
de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening in voor de vergunninghouder gunstige zin;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.