Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ingangsdatum van de tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening Wet kinderopvang gemeente Lingewaard 2010

Dit artikel bepaalt de ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming. Er zijn twee ingangsdata mogelijk: De datum waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in ontvangst is genomen (eerste lid) of zoveel eerder als de opvang is gestart in het lopende kalenderjaar. In deze situatie zal de ouder op het moment dat hij zijn aanvraag indient reeds kinderopvang hebben. De datum waarop de kinderopvang van start gaat. Het tweede lid bepaalt dat er alleen een tegemoetkoming wordt verleend, als er kinderopvang plaatsvindt. Een aanvraag wordt door de gemeente in ontvangst genomen, wanneer deze voldoet aan de vormvereisten van artikel 4.1 en 4.2 Awb. Dit betekent dat een aanvraag: schriftelijk moet worden ingediend; moet zijn ondertekend; de naam en het adres van aanvrager dient te bevatten; een aanduiding moet geven van de beschikking die wordt gevraagd. De ingangsdatum van de tegemoetkoming heeft betrekking op het moment waarop de aanspraak op een tegemoetkoming ontstaat. In de praktijk blijkt dat het aanvragen van een tegemoetkoming vaak meer tijd in beslag neemt en dat de opvang soms al is gestart. Om deze gang van zaken te formaliseren, wordt nu in de verordening opgenomen dat tot 1 januari van het lopende kalenderjaar een tegemoetkoming kan worden verstrekt. De uitbetaling van de tegemoetkoming vindt pas plaats vanaf het moment dat het besluit tot verlening van de tegemoetkoming is genomen. De betaling vindt dan met terugwerkende kracht plaats, tot de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen of tot maximaal 1 januari van het lopende kalenderjaar, indien de opvang reeds eerder is gestart. De ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming is ook van toepassing op aanvragen voor uitbreiding van het aantal uren kinderopvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel