De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en 9:10 van de wet.
Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:
belanghebbenden en;
het verwerend orgaan
HOOFDSTUK II
Artikel 9
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften en klachten