Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13 onder b, c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien de in artikel 14 genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 15
Recht op individuele woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning