Op grond van artikel 19 lid 2 WWB is de hoogte van de bijstandsuitkering het verschil tussen het inkomen en de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Artikel 31 lid 1 WWB jo. artikel 32 lid 1 onderdeel a WWB bepaalt dat een teruggave en een voorlopige teruggave van inkomstenbelasting in verband met de toepasselijke heffingskorting van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting geldt als inkomen.
Gemeentelijk beleid
Ontvangen bedragen aan teruggave worden gekort, voorzover deze betrekking hebben op een periode waarin bijstand wordt verleend.
Als het aannemelijk is dat belanghebbende in aanmerking komt voor een voorlopige teruggave in verband met de heffingskorting wordt hem op grond van artikel 55 WWB de verplichting opgelegd deze bij de belastingdienst aan te vragen. Aan de belanghebbende wordt een redelijke termijn gesteld, waarbinnen hij de heffingskorting aangevraagd heeft en de beschikking heeft ingeleverd bij de gemeente. Laat hij dit na, dan wordt het bedrag waarop hij redelijkerwijs recht heeft gekort.
Op grond van artikel 31 lid 2 onder c worden de jonggehandicaptenkorting en, voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan vijf jaar is, de aanvullende alleenstaande ouderkorting, de inkomensafhankelijk combinatiekorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet tot de middelen van de belanghebbende gerekend.