Naar hoofdinhoud
1.. De belasting wordt geheven over de volgende tijdvakken: de kalendermaanden januari tot en met maart; de kalendermaand april; de kalendermaand mei; de kalendermaand juni; de kalendermaand juli; de kalendermaand augustus; de kalendermaand september; de kalendermaanden oktober tot en met december. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid loopt het belastingtijdvak: van 1 januari tot en met 31 december (= kalenderjaar) ter zake van het houden van verblijf met overnachten in onderkomens als bedoeld in artikel 6, tweede lid onderdeel a; van 15 april tot en met 15 september ter zake van het houden van verblijf met overnachten in onderkomens als bedoeld in artikel 6, tweede lid onderdeel b; van 15 april tot en met 15 oktober ter zake van het houden van verblijf met overnachten in onderkomens als bedoeld in artikel 6, tweede lid onderdeel c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel