Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Toetsingskader

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Gemeente Pekela 2008

1.. Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover deze naar de mening van het college in voldoende mate van een direct aanwijsbaar belang voor de gemeente worden geacht en passen binnen het door de gemeente geformuleerde beleid. 2.. Subsidieverstrekking aan een aanvrager die niet gevestigd of woonachtig is in de gemeente kan geschieden als: Het activiteiten betreft die aantoonbaar aan inwoners van de gemeente ten goede zullen komen; De activiteiten niet al (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan dan wel, De activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke beleidsdoelstellingen die een regionaal draagvlak vereisen. 3.. Subsidie wordt voorts slechts verstrekt indien: Naar het oordeel van het college mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doelstellingen zullen worden bereikt en de aanvrager: Naar het oordeel van het college de behoefte aan subsidie heeft aangetoond en Aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van de subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

Rechtspraak bij dit artikel