Naar hoofdinhoud

Titel 1. › Paragraaf

Artikel 7.

Tussentijdse rapportage en informatie

Onderdeel van VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN FINANCIEEL BELEID, FINANCIEEL BEHEER EN INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE

1.. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste drie maanden en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar. 2.. De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen: de driemaands rapportage vóór 1 juli van het lopende begrotingsjaar; de achtmaands rapportage vóór 1 december van het lopende begrotingsjaar; 3.. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: inkomsten uit de algemene uitkering; de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; resultaten uit grondexploitatie; realisatie op begrote subsidieverwachtingen. 5.. Onverkort de informatieplicht voortvloeiend uit artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet informeert het college in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: investeringen groter dan € 1.000.000; aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 500.000; het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 1.000.000. 6.. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 500.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel