Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 32

Schadevergoeding

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente eersel 2011

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:a. een sloopvergunning als bedoeld in artikel 37, eerste lid (Monumentenwet 1988);b. een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening;c. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 3.6, eerste lid, onder c, 3.22 of 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening;d. een projectbesluit als bedoeld artikel 1.1, eerste lid, onder f, van de Wet ruimtelijke ordening;e. een reguliere bouwvergunning als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet; - tengevolge van de weigering daarvan in het belang van de archeologische monumentenzorg of; - ten gevolge van voorschriften die in het belang van de archeologische monumentenzorg aan het desbetreffende besluit zijn verbonden, schade lijdt die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijner laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe (artikel 42 Monumentenwet 1988). Voor schade veroorzaakt door een maatregel als bedoeld in artikel 57, tweede lid (Monumentenwet 1988), die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoort te blijven, kent het college op verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel