Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening op de wijkraden

1.. Zij op wie bij de wijkraadsverkiezingen de meeste stemmen zijn uitgebracht zijn, met inachtneming van het aantal beschikbare zetels, tot lid van de wijkraad gekozen. 2.. De leden van de wijkraden worden gekozen voor een periode van vier jaar. Zij zijn éénmaal herkiesbaar. 3.. De leden van een wijkraad kunnen te allen tijde tussentijds aftreden. 4.. Bij tussentijds aftreden van een lid van een wijkraad wordt zijn plaats ingenomen door degene die bij de wijkraadsverkiezingen van de niet-gekozenen de meeste stemmen heeft behaald. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat op degene die in de plaats treedt van een aftredend lid een door hen aan te geven minimum aantal of minimum-percentage stemmen moet zijn uitgebracht. 5.. Het lidmaatschap van degene die de plaats van een tussentijds afgetreden lid van een wijkraad inneemt eindigt op het tijdstip dat degene wiens plaats hij heeft ingenomen had moeten aftreden. 6.. In het geval dat het niet mogelijk is te voorzien in een vacature, of in het geval dat de gehele wijkraad aftreedt wanneer de sub 2 genoemde termijn niet is verstreken kunnen tussentijdse verkiezingen worden gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel