Ter beoordeling van de naleving van de voorschriften vermeld onder de artikelen 2 en 3 moeten de betreffende rechtspersonen minimaal één maal per half jaar schriftelijk aangeven welke activiteiten, wedstrijden, vergaderingen, trainingen e.d. op welke dagen en tijden gehouden worden. Dit overzicht moet ten minste één maand voorafgaand aan deze periode aan het bestuursorgaan worden verstrekt.