De vertrouwenscommissie, hierna te noemen: de commissie, heeft tot taak op basis van de door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin aan haar overgelegde selectie haar standpunt te bepalen over de geschiktheid van de door haar ontvangen kandidaten en daarover haar bevindingen schriftelijk en gemotiveerd aan de raad en aan de Commissaris van de Koningin ter kennis te brengen.