De raad stelt op de begroting een bedrag beschikbaar (het zogeheten Welzijnsbudget), waaruit het college subsidie kan verlenen ten behoeve van:
een instelling die subsidie geniet maar bijzondere kosten heeft die een te zware belasting voor de normale exploitatie vormen of die anderszins in een financieel bijzonder moeilijke positie verkeert die niet was te voorzien.
de subsidiëring van eenmalige of incidentele activiteiten.
de tijdelijke subsidiëring van nieuwe activiteiten, al dan niet met een experimenteel karakter, die niet voor een subsidie op grond van de overige bepalingen van deze verordening in aanmerking komen.
subsidiëring van activiteiten in het lopende begrotingsjaar waarmee in het subsidieprogramma geen rekening is gehouden.