.Begripsomschrijving

a. markt:

de door het college ingestelde warenmarkt;

b.standplaats:

de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

c.vaste standplaats:

de standplaats die voor 5 jaar ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;

d. dagplaats:

de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

e.standwerken:

de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;

f.standwerkersplaats:

de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;

g. vergunninghouder:

degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

h.wachtlijst:

de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;

i.anciënniteitslijst:

de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;

j.marktmeester:

de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college;