Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Benoeming.

Onderdeel van Reglement burgerlijke stand

De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt voor een in het benoemingsbesluit te bepalen periode benoemd. Deze periode mag, voor wat betreft de ambtenaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, maximaal het tijdvak betreffen gedurende hetwelk de ambtenaar in dienst zal zijn van de gemeente. De buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kan voor de volgende perioden worden benoemd: voor een periode van één jaar; voor een periode van vijf jaar; voor één dag; gedurende de periode van het wethouderschap in Zwartewaterland; gedurende de periode van het burgemeesterschap in Zwartewaterland. De onder lid 2a genoemde periode kan met wederzijds goedvinden telkenmale voor een periode van één jaar of een periode van vijf jaar worden verlengd. De onder lid 2b genoemde periode kan met wederzijds goedvinden telkenmale met eenzelfde periode worden verlengd. De benoeming onder lid 2c genoemde periode is alleen voorbehouden aan raadsleden van Zwartewaterland of aan buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand van een andere gemeente. [vervallen]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel