Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Voorwaarden subsidieverlening

Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten

1.. Bij onderhoud- of restauratiewerkzaamheden zal, indien van een ingrijpende verbetering sprake is, na het treffen van de voorzieningen, het gemeentelijk monument in zijn geheel beschouwd, moeten voldoen aan de eisen die volgens de wettelijke voorschriften hieraan worden gesteld. 2.. De eigenaar dient schriftelijk ten genoegen van het College te verklaren dat het gemeentelijk monument na het treffen van de restauratie- of onderhoudvoorzieningen: behoorlijk zal worden onderhouden; voldoende verzekerd zal zijn en verzekerd gehouden zal worden tegen brandschade; onveranderd zal worden bewaard en onderhouden in de staat, waarin het door de restauratie of het onderhoud is aangebracht. 3.. De eigenaar is verplicht aan de door het College aangewezen ambtenaren alle bescheiden en inlichtingen te tonen en te verstrekken die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taken. 4.. Het plegen van onderhoud en het treffen van voorzieningen dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften in de bijlage “Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van restauratie en onderhoud van monumenten”, die deel uit maakt van deze verordening. 5.. Aan de door het College met controle belaste personen dient op de door die personen bepaalde tijdstippen: toegang te worden verleend tot het gemeentelijk monument; inzage te worden verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbendebescheiden, tekeningen en eventuele overige gegevens.Dit alles ten behoeve van het resultaat van onderhoud en restauratie. 6.. Het College kan de voorschriften als bedoeld in het vierde lid wijzigen en nieuwevoorschriften aan de genoemde bijlage toevoegen.

Rechtspraak bij dit artikel