Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2

– Het besluit tot afstemming

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2009

1.. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag of nadien tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet, de artikelen 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (wet SUWI), voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening de bijstand verlaagd . 2.. De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. 3.. Voor het besluit tot toekenning wordt, in afwijking van artikel 4:12 Awb, de belanghebbende gehoord. Het horen vindt in ieder geval plaats indien de afstemming meer bedraagt dan 50% gedurende één maand van de bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel