**1..** Deze verordening verstaat onder:
Gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van de Monumentenverordening Leudal 2007 als zodanig is aangewezen.
Rijksmonument:monument dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 en is ingeschreven in het ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde register;
Niet-rendabel rijksmonument:Een rijksmonument dat uit de aard der zaak niet op een rendabele wijze kan worden geëxploiteerd.
Kleine cultuurhistorische relicten: kleine objecten in de openbare ruimte (zoals kruisen, kapellen, beelden, gedachtenismonumenten, gedenkstenen (o.a. waterstenen), historische straatmeubilair etc.) die beeldbepalend zijn en een hoge geschiedkundige waarde hebben, maar niet dermate bijzonder zijn dat ze voor aanwijzing tot gemeentelijk monument in aanmerking komen.
Inspectierapport: een indicatief rapport dat de (bouw)technische staat en de gebreken van een monument beschrijft, niet ouder is dan twee jaar en is opgesteld door Stichting Monumentenwacht Limburg of een andere door het college van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen ter zake deskundige instantie of persoon;
Bijzondere onderdelen: beschermingswaardige onderdelen van een monument:
die in architectonische, bouwhistorische of cultuurhistorische zin bepalend zijn voor de monumentale waarde van het monument;
die niet direct functioneel zijn en/of details bevatten die niet voorkomen in een soortgelijk gebouw of object dat niet is aangewezen tot beschermd monument;
waarvan de instandhouding relatief hoge kosten met zich meebrengt in vergelijking tot de overige instandhoudingskosten van het monument;
waarvan de instandhouding duidelijk hogere kosten met zich meebrengt in vergelijking tot een soortgelijk gebouw of object dat niet is aangewezen tot beschermd monument;
die als zodanig zijn vermeld in de redengevende omschrijving van het monument;
Bijzonder object: Een gemeentelijk monument dat:
een algemene maatschappelijke functie heeft;
geen economische rendabele gebruiksfunctie heeft en uit de aard der zaak ook na eventuele herbestemming niet op een rendabele wijze kan worden geëxploiteerd;
als zodanig is vermeld in de redengevende omschrijving van het monument;
Eigenaar: de natuurlijke of de rechtspersoon, die het recht van eigendom of een ander gelijkwaardig zakelijk recht heeft op een beschermd monument;
Beheerder: een persoon of instantie, die structureel uitvoering geeft (of zal gaan geven) aan het onderhoud van een of meerdere kleine historische relicten;
Monumentencommissie: de door de gemeenteraad ingestelde commissie, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van de Monumentenwet 1988, met als taak om het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid in het algemeen;
Onderhoud: periodieke werkzaamheden aan een monument, welke tot doel hebben het in goede staat houden van het monument of onderdeel hiervan, om toekomstig kostbaar herstel te voorkomen of te verminderen;
Restauratie: werkzaamheden aan een monument, die het normale onderhoud te boven gaan en welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van het monument of onderdelen hiervan;
Instandhouding: onderhouds- of (kleine) restauratiewerkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede staat te houden dan wel als zodanig in stand te houden én kostbare grootschalige restauraties voorkomen;
Instandhoudingsplan een plan dat een overzicht bevat van de aard, de omvang en de kosten van voorgenomen instandhoudingswerkzaamheden over een looptijd van 6 jaar;
Facilitaire bijdrage:de facilitering, of het met raad en daad bijstaan van de monumenteneigenaar bij de instandhouding van het monument;
Subsidie: een financiële bijdrage die de gemeente levert om de instandhouding van monumenten te bevorderen en/of te verwezenlijken;
Subsidiabele kosten:de kosten voor (sober en doelmatig) onderhoud, restauratie en instandhouding van een gemeentelijk monument of onrendabele rijksmonumenten;
Buitengewoon herstel: werkzaamheden aan een kerkgebouw die voor de instandhouding van de bouwkundige structuur van het bouwwerk noodzakelijk zijn en het normale onderhoud te boven gaan.
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010