**1..** Het college van burgemeester en wethouders kunnen alleen subsidie verlenen voor een niet rendabel rijksmonument waarvoor ook een subsidie is verleend op grond van het Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten (BRIM) of het Besluit Rijkssubsidiering Restauratie Monumenten (BRRM 1997).
**2..** De subsidieaanvraag en verlening vindt plaats op basis van het besluit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
**3..** Subsidiabel zijn de restauratie- of instandhoudingskosten die door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor het betreffende restauratie- of instandhoudingsplan zijn vastgesteld.
**4..** De subsidie voor de restauratie van niet rendabele monumenten bedraagt maximaal 10% van de van rijkswege vastgestelde subsidiabele kosten.
**5..** De subsidie voor de instandhouding van niet rendabele rijksmonumenten is maximaal gelijk aan het van rijkswege in het kader van het Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten (BRIM) gehanteerde subsidiepercentage.
**6..** De gestapelde subsidie van rijk, provincie en gemeente kan nooit meer bedragen dan 90 % van de subsidiabele restauratie- of instandhoudingkosten, zoals deze bij besluit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn vastgesteld.
**7..** De gestapelde subsidie van rijk, provincie en gemeente voor instandhouding van niet rendabele monumenten kan nooit meer bedragen dan de maximale subsidiabele kosten zoals deze van rijkswege in de Regeling Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten (BRIM) zijn vastgesteld.
Artikel 4.2
Subsidie voor niet rendabele rijksmonumenten
Onderdeel van Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010