Naar hoofdinhoud

Artikel 5.2

Subsidie voor kleine cultuurhistorische relicten

Onderdeel van Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010

1.. Het college van burgemeester en wethouders kunnen voor een periode van zes kalenderjaren aan de eigenaar of beheerder van klein cultuurhistorische relict subsidie verstrekken ten behoeve van de instandhouding van het beschermd monument. Het te verstrekken subsidiebedrag bestaat uit zes gelijke bedragen. 2.. De subsidieaanvraag en verlening vindt plaats op basis van een instandhoudingsplan. 3.. De subsidie voor instandhouding van bijzondere onderdelen of objecten bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten. 4.. Voor onderhoudswerkzaamheden die in eigen beheer door de aanvrager worden verricht worden alleen de materiaalkosten gesubsidieerd. De subsidie bedraagt in dit geval 100 % van de subsidiabele materiaalkosten. 5.. De subsidiabele kosten worden vastgesteld aan de hand van de “Leidraad BRIM Subsidiabele instandhoudingskosten”. 6.. Het college van burgemeester en wethouders stellen aan de hand van het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget jaarlijks een maximumbedrag aan subsidiabele kosten vast, waarover per klein cultuurhistorische relict subsidie kan worden verstrekt. 7.. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om vanwege geconstateerde ernstige en/of gecompliceerde gebreken, hoogwaardige karakteristiek en het gevergde specialisme een extra subsidie ter beschikking te stellen. De hoogte van de subsidie wordt in dit geval vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, gehoord de monumentencommissie.

Rechtspraak bij dit artikel