Naar hoofdinhoud

Artikel 5.5

Aan subsidieverlening van kleine cultuurhistorische relicten verbonden voorschriften

Onderdeel van Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Leudal 2010

1.. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig het vastgestelde Restauratie- of instandhoudingsplan. 2.. De werkzaamheden moeten zorgvuldig worden uitgevoerd. Indien er sprake is van specialistische werkzaamheden moeten deze worden uitgevoerd door ter zake bekwame bedrijven met aantoonbare ervaring ten aanzien van de te restaureren onderdelen. 3.. De aanvrager bericht zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de beslissing inzake de subsidie, onder overlegging van de relevante stukken. 4.. Na afloop van het laatste kalenderjaar waarover de subsidie is verleend, zendt de eigenaar aan het college van burgemeester en wethouders binnen 13 weken een financiële verantwoording, die is gerelateerd aan de vastgestelde instandhoudingsplan en waarin een gespecificeerd overzicht wordt gegeven van meer- en minderwerk. 5.. Bij de financiële verantwoording worden gelijktijdig de originele rekeningen van de uitgevoerde werkzaamheden en kopieën van de daarop betrekking hebbende betalingsbewijzen overgelegd. 6.. Nadat subsidie is verleend, kan aan de eigenaar op basis van door de eigenaar ingediende overzichten van gemaakte kosten, die vergezeld gaan van de desbetreffende originele rekeningen voorschotten verstrekken tot ten hoogste een zesde gedeelte van het totaal verleende subsidiebedrag; De voorschotten worden uitgekeerd voor zover de rekeningen werkzaamheden betreffen die in overeenstemming zijn met het instandhoudingsplan. 7.. De aanvrager is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het kleine cultuurhistorische relictte bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht; 8.. Indien het kleine cultuurhistorische relicthierna wordt vervreemd is de eigenaar gehouden om de instandhoudingsverplichting aan zijn rechtsopvolger als kettingbeding op te leggen. 9.. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van één of meer bovenstaande voorwaarden, mits daartoe een schriftelijk verzoek is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel