Het college kan de voorziening beëindigen:
als een persoon die deelneemt aan een voorziening, zijn
verplichtingen als bedoeld in artikel 4 van deze
verordening, dan wel zijn verplichtingen als bedoeld in
artikel 9 van de Wwb, niet nakomt;
als een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer
tot de doelgroep bedoeld in artikel 2 van deze verordening
behoort;
indien het college een andere voorziening aanbiedt;
als een persoon die deelneemt aan een voorziening
neveninkomsten heeft, die naar oordeel van het college
betekenen dat hij in staat is zonder deze voorziening een
plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt, die
minimaal een periode van een half jaar beslaat.
Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van
de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 8 eerste lid van deze
verordening of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 8
tweede lid van deze verordening.
Wanneer een voorziening beëindigd is en niet het beoogde doel heeft
gehad, kan het college besluiten geen nieuwe voorziening aan te
bieden aan betrokkene.