Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bepalen van de doelgroepen

Onderdeel van Verordening Wet Inburgering

Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden: inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangen; oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben. De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee groepen inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). Dit artikel vorm de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen inburgeringsplichtigen (binnen de twee doelgroepen van artikel 19, eerste lid, WI) bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden. Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening kan aanbieden. De Gemeente Zwartewaterland stelt de volgende criteria vast bij het aanbieden van een inburgeringsvoorziening: aanwezigheid algemene bijstandsuitkering of een uitkering op grond van de sociale zekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen zoals vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur; afwezigheid van inkomsten uit arbeid van meer dan 12 uren per week en algemene bijstandsuitkering of een uitkering op basis van de sociale zekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen; zorg over minderjarige kinderen; eigen aanmelding, gemotiveerdheid De reden dat de inburgeringsplichtigen die voldoen aan één van de bovengenoemde criteria met voorrang een inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden is gelegen in het feit dat deze groep (in het bijzonder bij toepassing van criteria 1 tot en met 3) het meest kwetsbaar is en waarbij een goede inburgering de maatschappelijke participatie (werk en opvoeden) zal vergroten. Bij het eerste criterium volgt de gemeente Zwartewaterland de redenatie van de wet dat werk de hoogste vorm van participatie is en de integratie bevordert. Dit geldt voor alle uitkeringsgerechtigden, zowel WWB als UWV-uitkeringen, en om die reden wordt er bij het gestelde criterium geen onderscheid gemaakt naar een bepaalde uitkering. Bij het tweede criterium is de grens van 12 uur genoemd omdat hierbij wordt aangehaakt bij de grens die geldt bij het bepalen of een persoon een zogenaamde nugger (niet uitkeringsgerechtigde werkzoekende) is. Het laatste criterium is toegevoegd om hiermee de groep inburgeringsplichtigen die gemotiveerd is, optimaal te ondersteunen en stimuleren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel