Een ontheffing kan worden verleend indien:
aannemelijk is dat geen gebruik kan worden gemaakt van een (bestemd) kampeerterrein;
het tijdelijk kamperen uitsluitend plaatsvindt in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober en aangetoond wordt dat buiten deze periode geen kampeermiddelen aanwezig zijn;
er geen vaste plaatsgebonden kampeermiddelen zoals stacaravans of chalets worden geplaatst;
het tijdelijk kamperen niet plaats zal vinden in de delen van de gemeente die zijn aangewezen als beschermd natuurgebied (EHS, EVZ of Natura-2000 gebieden), en;
de eigenaar of beheerder van het terrein toestemming heeft gegeven.
Artikel 5.
Verlening ontheffing
Onderdeel van Beleidsregel tijdelijk kamperen buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd