Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening alsmede de bevoegdheid tot het opsporen van de in artikel 1 genoemde strafbare feiten is, onverminderd het bepaalde in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering opgedragen aan de daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen ambtenaren van Bouw- en Woningtoezicht, van het Gemeentelijk Energiebedrijf en van de Dienst Openbare Werken.
Zo dikwijls de zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren de last verstrekt, alle gebouwen, open erven en terreinen, desnoods tegen de wil van de eigenaar of de gebruiker, te allen tijde binnen te treden of te betreden, zulks voorzover het woningen betreft met inachtneming van het bepaalde bij de wet van 31 augustus 1853, Stb. 83.
OVERGANGSBEPALINGEN
Hoofdstuk
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Verordening betreffende de samenstelling, het gebruik en het onderhoud van liften