Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Inhouding bezoldiging bij ziekte

Onderdeel van Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman Utrecht

1.. Op beslissing van burgemeester en wethouders, gehoord de commissie voor Algemene en Bestuurlijke Zaken, wordt de doorbetaling van de bezoldiging gestaakt, indien en voor zolang de ombudsman: weigert zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid, en artikel 10 of na voor een dergelijk onderzoek te zijn opgeroepen niet verschijnt; weigert de volledige medewerking, bedoeld in artikel P8, eerste lid van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet te verlenen (geneeskundig onderzoek, observatie en revalidatiemaatregel); zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing ernstig wordt belemmerd of vertraagd. 2.. In de in het eerste lid bedoelde gevallen kunnen burgemeester en wethouders, gehoord de commissie voor Algemene en Bestuurlijke Zaken, bepalen, dat het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan de ombudsman zal worden uitgekeerd. 3.. Het niet uitgekeerde bedrag van de ingehouden bezoldiging kan op beslissing van burgemeester en wethouders, gehoord de commissie voor Algemene en Bestuurlijke Zaken, alsnog aan de ombudsman worden uitbetaald, wanneer uit een verklaring van een (of meer) van gemeentewege aangewezen geneeskundige(n) blijkt, dat de grond, waarop de doorbetaling geheel of ten dele werd gestaakt, zich niet meer voordoet, dan wel dat alsnog de medewerking, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel