Naar hoofdinhoud
1.. De ombudsman heeft aanspraak op bezoldiging met ingang van de datum waarop zijn benoeming ingaat. 2.. De bezoldiging wordt in maandelijkse termijnen betaalbaar gesteld. 3.. De aanspraak op bezoldiging eindigt met ingang van de dag: van ontslag; volgend op die waarop de termijn van benoeming is verstreken; volgend op die waarop de ombudsman is overleden. 4.. De ombudsman ontvangt een bezoldiging overeenkomstig het bedrag van salarisnummer 6 van salarisschaal 16 van de bijlage van de Bezoldigingsverordening 1971.

Rechtspraak bij dit artikel