Burgemeester en Wethouders of de met volkshuisvestingsaangelegenheden belastte wethouder leggen alle aan hen gerichte adviezen, die betrekking hebben op de hoofdlijnen van het woonruimteverdelingsbeleid, om commentaar aan de leden van de commissie voor. De commissie voorziet dergelijke adviezen binnen één maand van commentaar. De adviezen worden tezamen met het commentaar van de commissie voorgelegd aan Burgemeester en Wethouders. Overige adviezen worden door de indiener vna het advies, dan wel door de voorzitter achteraf medegedeeld aan de commissie.
De leden van de commissie kunnen op eigen initiatief adviezen voorleggen aan de commissie, welke kan besluiten het advies voor te leggen aan Burgemeester en Wethouders. In dat geval wordt de beleidsverantwoordelijke afdeling of dienst in de gelegenheid gesteld het advies binnen één maand van commentaar te voorzien.
Verzoeken van commissieleden om informatie (kwantitatieve en kwalitatieve gegevens) worden, voor zover dit nieuw aan te maken materiaal betreft, via het secretariaat onder opgaaf van redenen ingediend bij de commissie.
De commissie beslist of de betreffende dienst of organisatie wordt verzocht de gevraagde informatie te verstrekken. Indien het diensthoofd dit weigert deelt hij/zij dit schriftelijk met redenen omkleed in de eerstvolgende vergadering van de commissie aan de leden mede. De commissie is in dit geval bevoegd het verzoek aan Burgemeester en Wethouders voor te leggen.
Rapportage