Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.2

Artikel 2.

Opdrachtverlening accountantscontrole

Onderdeel van De Controleverordening 2007

1.. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt in beginsel voor een periode van vier jaar. 2.. De raad of de door de raad daartoe aangewezen raadscommissie bereidt in overleg met het college de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3.. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening; de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties); de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden; de gemeentelijke producten en of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden. 4.. In afwijking van het gestelde in lid 3 kan de raad in het programma van eisen opnemen, dat wat staat benoemd onder de onderdelen a tot en met g jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant nader wordt vastgesteld of bijgesteld. 5.. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.

Rechtspraak bij dit artikel