Naar hoofdinhoud

Deel 2 › Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Artikel 3.5

Onderdeel van Gedragscode bestuurlijke integriteit

Een raadscommissielid, niet raadslid zijnde legt alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, in handen van de voorzitter van de Raad, de volgende eed (verklaring en belofte) af:“Ik zweer (verklaar ) dat ik om tot lid van een raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of voorstel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.Ik zweer (verklaar of beloof) dat ik, om iets in de functie van raadscommissielid te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen.Zo waarlijk helpe mij God almachtig!”(“Dat verklaar en beloof ik!’)

Rechtspraak bij dit artikel