**1..** de riolering moet worden aangelegd tot aan het aansluitpunt van het
gemeentelijk rioolstelsel. Dit aansluitpunt betstaat uit een p.v.c.
ontstoppingsstuk met een uitwendige diameter van 125 mm.
**2..** in geval van een gescheiden rioolstelsel moet de diameter van de
regenwater afvoer 125 mm uitwendig bedragen. De voor de
buitenriolering toe te passen materialen moet voldoen aan de
geldende NEN-norm voor binnen- en buitenriolering.
**3..** de riolering moet ten genoegen van het bestuursorgaan wrdn
aangelegd. Verbindingen in buitenriolering moeten waterdicht en
stankvrij zijn; daartoe moeten de hulpstukken zijn voorzien van
ingevulcaniseerde rubberringafdichtingen. Voorzieningen welke een
goede be- en ontluchting van het gemeentelijk rioolstelsel via
hemelwaterafvoeren en standsleiding verhinderen of beperken zijn
niet toegestaan.
**4..** door het bestuursorgaan kunnen nadere eisen worden gesteld voor wat
betreft aanblen en uitvoer van de riolering.
Afdeling IV
Artikel 5