Indien het bestuursorgaan dit nodig oordeelt moet de riolering zodanig
worden aangelegd dat een vuilwater stelsel het verontreinigd afvalwater
afvoert naar het gemeentelijk vuilwater riool en een met het vuilwater
stelsel niet verbonden schoonwater stelsel het niet-verontreinigd water
afvoert, al dan niet via de gemeentelijke schoonwaterriolering.
Afdeling IV
Artikel 8