Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 11

Verslaglegging; informeren gemeenteraad

Onderdeel van Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid Utrecht 1999

Burgemeester en wethouders maken een verslag van het overleg. Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven: of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van toepassing is; of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt; de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte zienswijzen en -indien van toepassing- de zienswijzen als bedoeld in artikel 7, derde lid; de door de wethouder onderwijs in het overleg toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel. Indien artikel 10, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan eveneens een weergave opgenomen in het verslag. Het overlegorgaan stelt het verslag vast. Spoedshalve kunnen burgemeester en wethouders het concept-verslag ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen twee weken na de dag waarop het concept-verslag is toegezonden, maken de schoolbesturen schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag kenbaar. Burgemeester en wethouders brengen het verslag (c.q. het conceptverslag indien het derde lid van toepassing is en de schriftelijke opmerkingen van de schoolbesturen daarover) gelijktijdig met het voorstel over het onderwerp ter kennis van de gemeenteraad. Voorzover burgemeester en wethouders afwijken van de tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in het voorstel aan de gemeenteraad. Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel