Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening op de Commissie voor Welstand- en Monumenten

1.. Alle adviezen worden schriftelijk uitgebracht en zo spoedig mogelijk aan burgemeester en wethouders en het Hoofd van de Afdeling Bouwbeheer toegezonden. 2.. burgemeester en wethouders zijn bevoegd met betrekking tot de termijnen waarbinnen moet worden geadviseerd nadere regelen te stellen. 3.. Het schriftelijke advies moet in ieder geval bevatten: het oordeel van de commissie; een aanduiding van het adres danwel het gebied waarop het advies betrekking heeft; een opgave van de eventuele bedenkingen onder vermelding of en zo ja, op welke wijze- waaraan door verbetering kan worden tegemoet gekomen. 4.. In het schriftelijke advies dient tevens aangegeven of het advies unaniem is aangenomen. Bij afwezigheid van unanimiteit dient het standpunt, ingenomen door een minderheid van commissie bestaande uit twee of meer leden, afzonderlijk in het advies te worden vermeld voorzien van de daaraan ten grondslag liggende overwegingen en de leden die het minderheidsstandpunt hebben ingenomen. 5.. Bij een afwijkend standpunt ingenomen door slechts één lid van de commissie kan dit lid vorderen dat zulks in het advies wordt aangetekend. 6.. Een negatief advies dient gemotiveerd te worden. Een positief advies behoeft geen nadere motivering. Indien er een bezwaar- en/of beroepsprocedure volgt naar aanleiding van een positief advies dan zal achteraf en met terugwerkende kracht het advies alsnog worden gemotiveerd.

Rechtspraak bij dit artikel