Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:4

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2008

De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 (subsidieplafond) en artikel 4:35 (weigeringsgronden) van de wet genoemde gevallen worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed aan de doelstellingen van het gemeentelijke subsidiebeleid; de gelden niet doelmatig en doeltreffend zullen worden besteed; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken. Geen subsidie wordt verleend, indien doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid tot opheffing van maatschappelijke achterstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel