Het college stelt de subsidie vast overeenkomstig de
subsidieverlening.
De subsidie kan naast de gevallen, vermeld in artikel 4:46,
tweede en derde lid, van de wet lager worden vastgesteld,
indien:
is gebleken, dat de subsidie aan andere activiteiten is
besteed dan waarvoor zij is aangevraagd, dan wel
verleend;
de subsidie-ontvanger niet of niet voldoende
overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hierin
ondanks een daartoe ontvang waarschuwing geen
verandering aanbrengt;
de subsidie-ontvanger kennelijk een financieel wanbeleid
voert;
niet is voldaan aan de overeengekomen prestatie, zij met
inbegrip van een marge (plus of min 5%).
Het college is bevoegd overeenkomstig artikel 4:48, 4:49 en 4:50
van de wet de subsidieverlening c.q. de subsidievaststelling in
te trekken of te wijzigen ten nadele van de
subsidie-ontvanger.