Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college: een uitweg te maken naar de weg; van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3.. Het college verleent vergunning voor niet meer dan één uitrit per kadastraal perceel. 4.. In bijzondere omstandigheden kan het college in afwijking van het vorige lid besluiten een tweede vergunning te verlenen. Van bijzondere omstandigheden is in ieder geval sprake indien het kadastraal perceel groter is dan twee hectare en meer dan honderd meter langs de openbare weg is gelegen. 5.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 6.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de aanleg van uitwegen bij de weginrichtingen van nieuwbouwplannen. 7.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voorzover de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel