Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 11

Weigeringsgronden

Onderdeel van subsidieverordening gemeentelijke monumenten

1.. Aansluitend op het bepaalde in artikel 7 wordt het subsidie ingevolge deze paragraaf voorts niet toegekend: indien met de uitvoering van de restauratie een aanvang is gemaakt voordat de subsidieaanvraag is ingediend en de subsidiabele restauratiekosten zijn vastgesteld dan wel voordat alle vereiste vergunningen, waardoor de vergunning bedoeld in artikel 5 van de monumentenverordening, zijn verleend; indien het gemeentelijk monument waaraan de voorzieningen worden getroffen, bestemd is om binnen een periode van 10 jaar te worden afgebroken; indien het gemeentelijk monument waaraan de voorzieningen worden getroffen, minder dan 15 jaar voor het tijdstip van indiening van de aanvraag om een subsidie met geldelijke steun van de overheid ingrijpend is verbeterd; wanneer redelijkerwijs valt aan te nemen, dat het gemeentelijk monument na de restauratie in zijn geheel beschouwd niet zal voldoen aan de eisen die volgens wettelijke voorschriften aan het pand worden gesteld; door of vanwege burgemeester en wethouders de noodzaak tot de restauratie niet is vastgesteld. 2.. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder a tot en met d.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel