Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 8

Subsidiabele restauratiekosten

Onderdeel van subsidieverordening gemeentelijke monumenten

1.De subsidiabele restauratiekosten zijn de kosten die, met inachtneming van het tweede tot en met zevende lid, naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn om de onderdelen van een gemeentelijk monument, die monumentale waarde bezitten, op sobere en doelmatige wijze te restaureren. 2.De monumentale waarde van een gemeentelijk monument wordt bepaald door de dragende onderdelen, de vloeren en het omhulsel, alsmede door die onderdelen of objecten die blijkens de monumentenlijst, bedoeld in artikel 3 van de monumentenverordening, dan wel naar het oordeel van burgemeester en wethouders van monumentaal belang zijn wegens hun schoonheid of/of hun cultuurhistorische waarde. 3.Onder de subsidiabele restauratiekosten worden in elk geval begrepen de geraamde en door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van: de aanneemsom; het honorarium van de architect en de eventuele adviseurs; de leges voor de vergunning ex artikel 5 van de monumentenverordening; de leges voor de bouwvergunning en voor enige andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen, een en ander naar evenredigheid van de verhouding tussen subsidiabele en de niet-subsidiabele restauratiekosten; e.de verschuldigde omzetbelasting, betrekking hebben de op de kosten die ingevolge dit artikel als subsidiabel worden aangemerkt; f.de kosten van de Casco-All-Risk verzekering als bedoeld in artikel 13, tweede lid, naar evenredigheid van de verhouding tussen subsidiabele en de niet-subsidiabele restauratiekosten. 4.onder de subsidiabele restauratiekosten worden voorts begrepen wijzigingen in de kosten door onvermijdelijk en onvoorzien meer of minder werk. 5.Het bepaalde in het vierde lid is uitsluitend van toepassing voor zover het meer of minder werk schriftelijk is goedgekeurd door of namens burgemeester en wethouders alvorens het wordt uitgevoerd. 6.Een verzoek tot goedkeuring van meer of minder werk moet in ieder geval bevatten een gespecificeerde begroting van de kosten, welke op dezelfde wijze is ingedeeld als de begroting van kosten bij de subsidieaanvraag. 7.Indien werkzaamheden (voor een deel) worden verricht in zelfwerkzaamheid worden daarvan de loonkosten niet tot de subsidiabele restauratiekosten gerekend, tenzij die werkzaamheden door de eigenaar worden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel