1.De subsidiabele restauratiekosten zijn de kosten die, met inachtneming van het
tweede tot en met zevende lid, naar het oordeel van burgemeester en wethouders
noodzakelijk zijn om de onderdelen van een gemeentelijk monument, die
monumentale waarde bezitten, op sobere en doelmatige wijze te restaureren.
2.De monumentale waarde van een gemeentelijk monument wordt bepaald door de
dragende onderdelen, de vloeren en het omhulsel, alsmede door die onderdelen
of objecten die blijkens de monumentenlijst, bedoeld in artikel 3 van de
monumentenverordening, dan wel naar het oordeel van burgemeester en
wethouders van monumentaal belang zijn wegens hun schoonheid of/of hun
cultuurhistorische waarde.
3.Onder de subsidiabele restauratiekosten worden in elk geval begrepen de
geraamde en door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
de aanneemsom;
het honorarium van de architect en de eventuele adviseurs;
de leges voor de vergunning ex artikel 5 van de monumentenverordening;
de leges voor de bouwvergunning en voor enige andere vergunning die nodig is
voor het treffen van de voorzieningen, een en ander naar evenredigheid van de
verhouding tussen subsidiabele en de niet-subsidiabele restauratiekosten;
e.de verschuldigde omzetbelasting, betrekking hebben de op de kosten die
ingevolge dit artikel als subsidiabel worden aangemerkt;
f.de kosten van de Casco-All-Risk verzekering als bedoeld in artikel 13, tweede
lid, naar evenredigheid van de verhouding tussen subsidiabele en de
niet-subsidiabele restauratiekosten.
4.onder de subsidiabele restauratiekosten worden voorts begrepen wijzigingen in
de kosten door onvermijdelijk en onvoorzien meer of minder werk.
5.Het bepaalde in het vierde lid is uitsluitend van toepassing voor zover het meer
of minder werk schriftelijk is goedgekeurd door of namens burgemeester en
wethouders alvorens het wordt uitgevoerd.
6.Een verzoek tot goedkeuring van meer of minder werk moet in ieder geval bevatten
een gespecificeerde begroting van de kosten, welke op dezelfde wijze is ingedeeld
als de begroting van kosten bij de subsidieaanvraag.
7.Indien werkzaamheden (voor een deel) worden verricht in zelfwerkzaamheid worden
daarvan de loonkosten niet tot de subsidiabele restauratiekosten gerekend, tenzij
die werkzaamheden door de eigenaar worden verricht in het kader van een door
hem gedreven onderneming.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 8
Subsidiabele restauratiekosten
Onderdeel van subsidieverordening gemeentelijke monumenten