**1..** Een vergunning of ontheffing verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 14, tweede lid blijft - voor zover zij nog niet eerder is vervallen of ingetrokken - nog van kracht gedurende twee jaar na het tijdstip waarop deze verordening is ingetrokken.
**2..** Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 14, tweede lid blijven –indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog van kracht gedurende twee jaar na het tijdstip waarop deze verordening is ingetrokken.
**3..** Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 14, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
**4..** Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking, bedoeld in het tweede lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 14, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 14, tweede lid.
**5..** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.