Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 21

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip, waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf bekend is. In dat geval maken zij hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief van het voornemen bekend. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op het daartoe bestemde, afgesloten gedeelte van de begraafplaats. De rechthebbende op een graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weder in dezelfde grafruimte te doen plaatsen danwel om deze elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as elders te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel