een vergunning als bedoeld in artikel 4 wordt ingetrokken, indien:
niet langer wordt voldaan aan de in artikel 5 tweede lid gestelde eisen en terzake geen ontheffing als bedoeld in artikel 5, derde lid is verleend;
gedurende twaalf weken of langer, anders dan wegens overmacht of wanneer een seizoenbedrijf wordt uitgeoefend, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
zich in het bedrijf waarvoor vergunning is verleend feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid;
de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig blijken;
indien de vergunninghouder schriftelijk aan de burgemeester te kennen geeft dat hij afstand doet van de vergunning.