De vergoeding wordt bij wijze van voorschot verstrekt.
Voor 31 januari van het desbetreffende kalenderjaar wordt 50% van
het bedrag uitgekeerd. De resterende 50% wordt uitgekeerd voor 31
juli, tenzij de fractie de verantwoording niet tijdig voor 1 maart
heeft ingediend. In dat laatste geval wordt voor 31 juli 40% van het
bedrag uitgekeerd.
Voor de berekening van de vergoeding wordt uitgegaan van de situatie
per 1 januari van het jaar waarover de vergoeding wordt
verstrekt.
In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt een evenredig
deel van het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand
waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand
waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad heeft
plaatsgevonden, wordt het resterende deel van het voorschot
verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.
Na vaststelling van de bedragen, bedoeld in artikel 9, wordt het
voorschot verrekend met teveel ontvangen voorschotten.