De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.
Tot voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zijn slechts benoembaar de in artikel 7 lid 3 genoemde leden van het algemeen bestuur.
Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het algemeen bestuur.
Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Alsdan voorziet het algemeen bestuur ten spoedigste in de vervang¬ing
Ingeval van ontslag is artikel 8 lid 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 5
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Servicebureau regio De Friese Wouden